April 2026
Pas onderhoud plegen als conditie van installatie erom vraagt
Data bepalen onderhoudsmoment
Condition Based Maintenance (CBM) kan de manier waarop we installaties onderhouden fundamenteel veranderen. In plaats van de onderhoudsmomenten te laten afhangen van de voorschriften van fabrikanten, kunnen we met data exact bepalen wanneer onderhoud nodig is. Maar in hoeverre is dit ook al mogelijk? Ton Wolters houdt zich namens Breman Installatiegroep bezig met deze ontwikkeling en geeft antwoord op die vraag.
Ton Wolters is strategisch adviseur bij het Kenniscentrum Energietransitie van Breman. Deze afdeling werd enkele jaren geleden opgericht als centrale plek voor alle kennis over verduurzaming, waarmee het woningcorporaties en andere partijen adviseert. ‘Zeker bij bestaande bouw gelden er veel eisen op het gebied van verduurzaming’, vertelt Wolters. ‘Daardoor komt de betaalbaarheid onder druk te staan. Vanuit dat perspectief kijken we al snel naar de Total Cost of Ownership, waarin onderhoud een factor is. Vandaar dat we ons hier ook met CBM bezighouden.’
Arbeidsschaarste
Daarnaast is er nog een prominente uitdaging waarop CBM een antwoord kan bieden. ‘Veel mensen benaderen deze ontwikkeling als een techniekvraagstuk. Maar voor ons is het veel meer organisatorisch: hoe gaan we om met de arbeidsschaarste in ons werkveld? Om in de toekomst met dezelfde mensen meer werk te verzetten, moeten we slimmer werken. CBM is een manier om dat te doen.’
Onderhoudsmomenten worden nu nog gebaseerd op de voorschriften van de fabrikant. Datamonitoring en beheer op afstand maken hierin een omslag mogelijk. Bij CBM worden deze data gebruikt om de conditie van componenten en systemen te bepalen. Daarmee kan veel gerichter onderhoud worden gepleegd, op het moment dat de installatie hierom vraagt.
'Om in de toekomst met dezelfde mensen meer werk te verzetten, moeten we slimmer werken'
Toestelafhankelijk onderhoud
In de praktijk is Breman nog niet zo ver dat het daadwerkelijk ‘condition based’ onderhoud kan uitvoeren. Eerst onderzoekt het bedrijf de mogelijkheden op het niveau van ‘toestelafhankelijk onderhoud’, wat ook al grote voordelen oplevert. De onderhoudsfrequentie wordt dan nog niet bepaald door de data van elke individuele installatie, maar wel door de beschikbare data en ervaringen van elk type toestel.
‘Elke onderhoudsbeurt die we uitvoeren en elke storing die optreedt, leggen we per type ketel vast’, legt Wolters uit. ‘Met al die data kunnen we al bruikbare analyses maken. Voor welk type toestel ligt de storingsgraad het laagst? Welke onderdelen gaan het snelst stuk? Met de antwoorden op die vragen kunnen we in gesprek met fabrikanten over het eventuele afwijken van de voorgeschreven onderhoudsfrequentie. We praten dan dus nog niet over CBM, maar het is wel een eerste stap in die richting.’
Data beschikbaarheid
Wat is er dan wel nodig om de volgende stap naar daadwerkelijk Condition Based Maintenance te zetten? ‘In het geval van cv-ketels ligt dat lastig. Deze zijn vaak niet uitgerust met dezelfde software als warmtepompen. Dit beperkt de mogelijkheden op het gebied van monitoring en beheer op afstand. De vraag is ook hoeveel tijd en moeite we hieraan moeten besteden, als we in de tussentijd steeds meer overstappen op warmtepompen.’
Warmtepompen zijn vaak al uitgerust met de sensoren en software die nodig zijn voor datamonitoring en beheer op afstand. Een volgend probleem is echter dat elke fabrikant de data op zijn eigen manier beschikbaar stelt. ‘Willen we tien merken monitoren, dan moeten we dus eigenlijk ook tien verschillende dashboards bijhouden. Er lopen initiatieven om dit op te lossen. Zo zet het consortium TDI500, oftewel Team Duurzaam Installeren, in op een uniforme parametervastlegging binnen de branche. En wij bij Breman werken aan een soort vertaalbox, die de gegevens van de verschillende merken vertaalt naar één dashboard. Al deze initiatieven zitten nu nog in de beginfase.’
'Met al die data kunnen we al bruikbare analyses maken'
Aantal start/stops als vertrekpunt
‘Bij warmtepompen kunnen we wel veel data binnenhalen’, vervolgt Wolters. ‘Wat we momenteel onderzoeken, is welke parameters relevant zijn voor het onderhoud.’ Bij warmtepompen is het aantal start/stops altijd een goed vertrekpunt. ‘Stel dat er in een wijk vijftig warmtepompen draaien, waarvan drie met aanzienlijk meer start/stops. Dan weten we dat er iets aan de hand is wat de levensduur van die drie toestellen hoogstwaarschijnlijk verkort. De vervolgvraag is waarom dit aantal afwijkt: welke andere parameters wijken nog meer af en kunnen het afwijkende aantal start/stops verklaren?’
Om dit goed te analyseren, zijn rollen en functies nodig die de meeste installatiebedrijven nog weinig in huis hebben. ‘Deze ontwikkelingen bieden een oplossing tegen het arbeidstekort, maar tegelijk ontstaat een vraag naar nieuwe kennis. Op dat gebied experimenteren wij binnenkort met het omscholen van vaak oudere monteurs met lichamelijke klachten, voor wie het werk buiten soms te zwaar wordt. Een rol als data-analist op kantoor kan voor sommige van hen een uitkomst zijn.’
Van onderhoud naar beheer
Een laatste belangrijke partij die in deze ontwikkeling een rol speelt, zijn de opdrachtgevers. ‘Als we hiermee doorgaan, maken onderhoudscontracten straks plaats voor beheercontracten. In plaats van dat we elk jaar langskomen, moeten we dus andere KPI’s vastleggen waarmee we garanderen dat een toestel goed blijft functioneren. Daarvoor is een grote verandering in mindset nodig. Zowel bij de opdrachtgever als de installateur.’
Tekst: Lars van Mil
Fotografie: Getty Images/michaklootwijk/AI